Met maar één doel gingen we naar Kolašin: boodschappen doen. In de ochtend stappen we weer op de fiets en rijden naar de supermarkt. Daar staan we dan, voor gesloten deuren. Het is zondag.
Gisteren nog vijf uur zwoegen over keien en modder — en nu twijfelen we aan de volgende etappe: 8 kilometer klimmen, 800 meter omhoog, via een zandpad dwars door het oerbos van Biogradska Gora. Geen idee of het te doen is met onze volgeladen fietsen. Te steil? Te ruig? Te veel sneeuw? Geen logische route, wél avontuurlijk.
We proberen het gewoon.
Natuurlijk hadden we gewoon door kunnen fietsen richting zuiden, maar waarom zo gehaast? Al voelen we de hete adem van de Turkse zomer in onze nek. Elke dag wordt het een graadje warmer. En ergens klinkt die stem: kom op, gas erop, voor het écht te heet is. Dus ja, we nemen de tijd — maar niet te veel.
Het bos is briljant groen, het pad verrassend soepel. De echte uitdaging kwam pas ná de klim: de bergkam. Sneeuw, modder, plassen, en een snijdende wind. Gelukkig had een auto twee mooie sporen voor ons achtergelaten. Zonder die sporen? Dan waren we waarschijnlijk teruggegaan.
’s Avonds, onder de buitentent, zitten we op onze stoeltjes. Op tafel: bladerdeeghapjes van de enige open winkel, een bakkerijtje. In de verte zien we het hoogste punt van deze rit al liggen: Velika Čkala op 1923 meter. Nog één kilometer. Morgen.
