Het is natuurlijk fijn dat het écht zomers weer is. Wel jammer dat ik nu niet toekom aan een paar dagen hangen in een hotelkamer om nog even uit te zieken. Want je moet in zulk weer toch maar gewoon door.
Op de fiets dan maar, naar het noorden, dan kan een hotelletje misschien wel weer. Op een dag dat het lekker hard regent.
In Westport waren zeehonden, dat wél — niets meer dan kleine, zwarte blobs. Verslagen kijk ik omhoog. Geen regen. En door, naar Murchison, waar het weliswaar regent, maar niet genoeg. Een klein buitje, maar dat kan ons niks schelen. Uwe hangt het grondzeil tussen de bomen en daar zitten we dan, droog eronder.
En verder, naar Nelson en Havelock, maar vergeefs, alleen wat dreigende wolken. Pas in Picton keert het tij: twee heerlijke dagen harde regen.
Het blijft regenen, maar op de boot zitten we ook droog, dus gaan we door naar Wellington. Aan de overkant gaan we eerst even binnen bij de Panhead brouwerij voordat we de tien kilometer naar Lower Hutt doen. Niet omdat het moet, maar voor het gevoel dat we nog net niet volledig aan het lanterfanten zijn geslagen.
Drie nachten gaan voorbij, daarna, na het ergste van de storm, worden we een beetje ongeduldig. En overmoedig. Denken dat we die stormwind wel aankunnen als die maar hard genoeg van achteren komt.
Mooi niet.
Het blééf maar regenen. Een paar uur later, amper twintig kilometer verder, zaten we een beetje nat bij de haard in een kroeg. Kortom, nog een avondje films kijken ging er wel in.
Nu mag de zon wel weer komen.
Meer foto’s van deze dagen


