‘Hebben jullie een vuurschaal mee?’ Ik hoor het de campingvrouw nog zeggen. Ik wist niet of ik moest lachen of fronsen. Of allebei. Toen wees ik maar wat naar onze tassen. Ze keek alsof dat niets verklaarde.
Goed, dat was gisteravond. Vanavond is weer een heel ander verhaal.
Het is al dagen moeilijk om een plekje te vinden voor wildkamperen. Nu we het er toch over hebben, eigenlijk al niet sinds we in Japan zijn. Overal, echt óveral is de berm te steil, het bos te dik, óf: er zijn huizen. Hmpf.
Aan het einde van de dag sloeg de wanhoop toe. De zon is onder, het bos donker, het regent nog steeds. En er is nog altijd geen plekje in het vizier.
We slaan een zijweggetje in. Want ja, niet proberen is geen optie.
Het enige vlakke plekje is half op de weg, half naast de weg, half in het bos, op een stukje gras. Prrrima. Hier lijkt nooit iemand te rijden. Of dat echt zo is, daar kunnen we alleen maar hopen.
Mijn fiets zetten we met veiligheidsvest pontificaal voor de tent, als pantser. Wie ons wil raken, moet eerst door hem.
Geen kampvuur, geen douche, maar hé, een plekje is een plekje, toch? Charmant in de berm, moet je toegeven.
Meer van deze dag

