De motor valt stil. En daar liggen we dan, midden op een zo goed als leeg meer, onderweg naar Queenstown. Achter ons op het dek zitten twee vrouwen met roodgelakte nagels en frisgewassen haar, onder een pluche dekentje. Lekker warm, zo te zien.
Zodra de kapitein begint te vertellen over de gletsjer, springen ze op voor een paar foto’s. Klik klik. Zodra hij klaar is, kruipen ze weer onder hun dekentje. Rug naar het uitzicht, terwijl de boot daar nog even voor de gletsjer blijft liggen.
Ik probeer er niet te veel van te vinden, echt, maar ik moet er wel een beetje om lachen. Om onszelf ook. Terwijl wij hier zitten te ‘beleven’, zitten zij warm en droog en zonder zand in het haar naar hetzelfde uitzicht te kijken. Het ziet er eigenlijk best comfortabel uit. Heel comfortabel. Ja, heel comfortabel.
Als zij vanavond in de hotelbar zitten, zitten wij rillend naast de tent. Zij zonder zandvliegen op de enkels, wij met de sokken over de broek. Zij met een wc die je niet hoeft te zoeken, wij met een plek in het gras.
Maar ook dat heeft zijn charme, denk ik bij mezelf, terwijl ik nog één keer naar dat dekentje kijk.
De motor start weer.
We varen verder.
Meer van Queenstown en Arrowtown


