‘Ik heb een tijdje niet meer horen klagen over je zadel, heb je de pijn geaccepteerd?’ Kennelijk mopperde en klaagde ik nogal veel over mijn zadelpijn tegen mijn lief. Uhm. Oeps. En ja, ik heb het volstrekt geaccepteerd. Het hoort er nu eenmaal bij, denk ik dan maar.
Maar laten we wel wezen: het is een goed probleem om te hebben, en veel beter dan een serieuze kwaal dat níet komt van teveel fietsen. Veel vrouwen hier bijvoorbeeld lopen gebocheld. Helemaal voorovergebukt. Ze kunnen niet eens voor zich uitkijken. Da’s pas erg.
En ach, in deze kou voel je überhaupt je billen niet meer. Dan heb je wel wat anders aan je hoofd. Gehaast trek ik mijn dikke sokken aan. En een jas. En handschoenen. Muts. Ik zie het verlangen ook in Uwes ogen. Biertje, warmte, binnen. Dat wil hij ook. Dik ingepakt lopen we het restaurant in.
Wat? De jas blijft aan. Het is er bijna net zo koud als buiten. Eén biertje toch wel, je kent ons, maar dan zijn we weg.
Na de UFO Line (ja, hij was open!) (en ja, hij was mooi, echt!) zitten we eindelijk warm. Bij het vuur. Of nee, we zitten niet eens, we springen de hele tijd op. Rook en vonken te ontwijken. De wind bleef draaien, het vuur spetterde, de grond was te oneffen om te zitten. Het was eigenlijk hartstikke irritant.
Maar wat een plek. Wat een geluk. Wat een dag.
Meer van UFO line



