De Wilderness Trail, en het vooruitzicht op niksdoen

Een fietser rijdt wazig langs een bord van de Wilderness Trail in Nieuw-Zeeland.

We fietsen door een ondoordringbaar, begroeid bos en ineens hoor ik: “hoe flikken ze dat?”

Verrek. Dat moet echt eeuwig geduurd hebben, zo’n fietspad uithakken. Het ziet er zo gewoon uit, bijna als een fietspad langs een provinciale weg. Maar het is niet gewoon. Het is net zo zeldzaam als regen op het juiste moment.

Ook nog ‘s één van de minst rendabele hakwerkzaamheden. Want daar betalen wij als fietsers niet voor. Wij betalen voor een hamburger in de stad, een nieuwe binnenband voor de fiets, of een plekje om te slapen.  

Aan het einde ligt Greymouth. Er komt weer 66 millimeter regen aan, dus rekenen we ons rijk met drie nachten hotel. 

Eenmaal in de stad zitten we in de Monteith’s brouwerij, met rode wangen van de warmte en het heerlijke vooruitzicht op niksdoen.

We pakken de telefoon, bladeren door de weerapps, en drukken hem weer uit. De regen is ineens weg. Met zulk weer heeft het geen zin om binnen te zitten, zeggen we tegen elkaar. We wisten niet of we blij moesten zijn of balen. Opgelucht of juist opgejaagd. We zijn het allemaal. 

Van de drie hotelnachten blijft uiteindelijk één over.

Ik leg mijn telefoon weg. De hamburger komt eraan.

Meer van de Wilderness Trail

En weer door

Ondertussen zijn wij alweer verder gefietst. Wil je echt met ons meereizen? Op Polarsteps vind je het complete reisverhaal, met alle mooie momenten, kleine tegenvallers en alles ertussenin.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

fout: Content is protected